"Probeer niet een man van succes te zijn, maar word liever een man van waarde."

— Albert Einstein

FILM, MUZIEK & LITERATUUR

Inhoudelijk vernieuwend of beproefde vervlakking?

Categorie: Opinie

door


Toen rond 2007 de digitale fotografie sterk in opmars kwam, viel voor het eerst ook de term 'vervlakking'. Critici waren van mening dat de beeldcultuur in Nederland er onder te lijden had. De camerafunctie op mobieltjes deed daar nog een flinke schep bovenop. Door de overdaad aan digitaal materiaal kozen krantredacties en nieuwssites steeds vaker voor het prijsgunstige mainstream aanbod; kwaliteit kwam daarbij op de tweede plaats. Een jaar later signaleerde de jury van de Canon prijs en de Fotojournalist van het jaar een mentaliteitsvervlakking onder jonge fotografen. Succes mocht voor deze groep niet te veel moeite kosten. Als een echte verassing kwam deze constatering overigens niet.

Tien jaar eerder was de juryvoorzitter van de Gouden Uil prijs (de huidige Fintro Literatuurprijs) tot een vergelijkbare conclusie gekomen wat betreft de Nederlandse en Vlaamse literatuur. Jonge auteurs zouden in hun jacht op commercieel succes hollen van het ene naar het andere boek. Of zoals Harry Mulisch zich in een interview met de Volkskrant liet ontvallen: "De meeste Nederlandse romans weerspiegelen toch de kopieerlust des dagelijkschen leven".

Zo ook in de popmuziek waar - aan het begin van het nieuwe millennium - muziekproducer Eddy de Clerq repte over de wachtkamer waarin de muziekwereld zich bevond. (Her)nieuw(d)e muziekstromingen, zoals 'Lounge', scoorden vooral hoog door de mediahype, niet vanwege de kwaliteit. De verpakking leek belangrijker te zijn geworden dan de inhoud. Een in 2012 gepubliceerd wetenschappelijk onderzoek naar de ontwikkeling van muziek bevestigde deze tendens: er zat steeds minder variatie in de akkoorden en melodieën van popnummers. Om over de inhoud van de songteksten nog maar te zwijgen.

De culturele vervlakking liet zich aanvankelijk verklaren als een gevolg van de digitale evolutie die zich in het nieuwe millennium ontpopte als een heuse informatieverschuiving. Een omslag die werd gekenmerkt door termen als 'veel' en 'íedereen'. De productiemogelijkheden en toegankelijkheid van het creatieve domein namen enorm toe. Opeens was iedereen een artiest en viel het voorheen exclusieve podium voor eenweg-media, zoals boeken, televisie en radio, ten prooi aan het tweeweginternet. De inhoudelijke kwaliteit profiteerde het minst van deze content-explosie en raakte onder invloed van commerciële concurrentie steeds verder achterop. Trends werden door de culturele industrie haast kritiekloos omarmd uit vrees om in het momentum van een uitrollende golf, de zoveelste trendspeedboot te missen. Diezelfde trendgevoeligheid bleek een indicatie van een onderliggend probleem waar niet alleen de creatieve sector, maar de maatschappij als geheel mee te maken kreeg: zoveel mogelijk consumeren in zo min mogelijk tijd. In die klok gedreven 'fast-food-for-thought'  beleving werden ingrediënten als verdieping en reflectie gereduceerd tot kruimels op de bodem van een smart toaster.

Gelukkig kon de Koninklijke Bibliotheek (KB) eind vorig jaar melden dat jongeren weer stilteruimtes opzoeken in de bibliotheek om zo offline hun kennis te verrijken. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten reageerde 'verheugd' door aan te kondigen dat in het kader van de jeugd- en psychische zorg er waarschijnlijk zo'n 30 bibliotheken gaan verdwijnen. En dat in een land waarin de afgelopen zes jaar al meer dan 300 bibliotheken tegen de vlakte gingen. Een zorgwekkende ontwikkeling die op termijn zal uitmonden in meer laaggeletterdheid onder de bevolking. Voor deze mensen rest dan alleen nog Facebook - u weet wel, die bekende Amerikaanse facilitator van instinctieve (digitale) driften die niet gesymboliseerd raken.

Is er dan geen enkele ribbeling in deze culturele vervlakking? Jazeker wel. Het museumbezoek in Nederland zit sinds enkele jaren weer in de lift. Dat die toename deels ook te danken is aan buitenlandse bezoekers die onze musea weten te waarderen, doet daar weinig aan af. Internationaal heeft ook het zelfreinigend vermogen van de creatieve sector zijn werk gedaan, en staat in deze industrie het produceren van kwaliteit weer steeds vaker voorop. Uit haar midden kwam zelfs een nieuwe tak voort die nu al groter is dan de film- en muziekindustrie tezamen: Gaming. Met name de entertainmentdynamiek van Role-Playing, Art & Exploration Games is hoog, omdat het zowel muziek, film, verhaallijnen én interactie in een platformonafhankelijk medium met elkaar versmelt. Dit leidde ook tot nieuwe immersieve boekvormen in gameformaat, zoals Dear Esther van schrijver Dan Pinchbeck. Een aangrijpend verhaal over een alleen achtergebleven man dat zich langzaam aan de lezer ontvouwt via een virtuele duinwandeling. En voor al die ouders die zich nu zorgen maken over het vele gamen van hun kroost: niet doen. Van gamen worden ze namelijk slimmer, althans volgens Albert Posso, wetenschapper aan het Royal Melbourne Institute of Technology. Volgens Posso scoren gamende jongeren veel beter in rekenen en taal, dan hun niet-gamende leeftijdgenoten die liever op sociale media zitten. Wie denkt dat daarmee de vervlakking langzaam tot het verleden behoort komt niettemin bedrogen uit.

De reden daarvoor schuilt in een nieuwe marktontwikkeling binnen de culturele vervlakking die zich het beste laat omschrijven als beproefde plateauvervlakking. Steeds vaker worden kwalitatief hoogwaardige concepten met een bewezen verleden als mal gebruikt voor 'nieuwe' producten. Daarmee ligt de kwaliteit over het algemeen weer hoger, maar staat het echte vernieuwing in de weg. Vanuit commercieel oogpunt is dat begrijpelijk: waarom zou je nieuwe verhaallijnen en ideeën bedenken als je succes uit eerdere producties eindeloos kunt herkauwen? Slimme algoritmen die vorige successen analyseren weten precies wat het beste consumeert. Experimenteren met nieuwe ideeën waarvan een positieve ontvangst onzeker is, vormt in die optiek een onnodig financieel risico, met name bij grote projecten. De eerder gesignaleerde trendgevoeligheid speelt bij dit alles een ondergeschikte rol, omdat de markt als gevolg van sociale media weer conservatiever wordt.

Facebook, Twitter en Instagram vormen een steeds krachtigere aanjager van de beproefde plateauvervlakking. Een auteur die kiest voor vernieuwing of graag buiten zijn comfortzone opereert, loopt het risico iets te schrijven dat afwijkt van de gangbare opvattingen of van elke willekeurige subcultuur. Dit kan al gauw botsen met de belangen en gedachten van individuen en groepen die menen dat hen het eigendom toekomt van een bepaald gevoel of onderwerp. Dit leidt dan al gauw tot schreeuwerige tweets onder een verongelijkte [#politicalcorrectness] hashtag. En die ontwikkeling geeft te denken, want is het niet juist de taak van een auteur/journalist om van gebaande paden af te wijken, te prikkelen en nieuwe inzichten aan te reiken?

Steeds meer uitgevers in de Verenigde Staten denken daar anders over en nemen een zogenaamde moraliteitsclausule op in het auteurscontract. Een auteur loopt daarmee het risico dat zijn boekcontract wordt ontbonden als er publiekelijk ongenoegen aan zijn adres wordt geuit. Ook worden er steeds vaker zogenaamde sensitivity readers ingeschakeld die manuscripten moeten beoordelen op gevoeligheden rondom etniciteit, seksualiteit, fysieke en mentale gezondheid en klasse. Sommige auteurs, zoals Lionel Shriver, zien hierin een vorm van censuur. In een interview in the Guardian vraagt ze zich af hoe lezers de wereld van Donald Trump kunnen begrijpen als fictieve personages alleen nog maar politiek correcte gedachten erop mogen nahouden.

Begin dit jaar trok Amélie Wen Zhao haar boek Blood Heir terug nadat ze op sociale media werd beticht van racisme. Met haar fictieve roman over een onderdrukte groep wilde de auteur mensenhandel en dwangarbeid in Azië aan de kaak stellen. De voorafgaand aan de publicatie verspreide recensie-exemplaren hadden voor een ware vuurhaard gezorgd. Uiteindelijk kwam haar debuutroman er dit jaar wel, maar niet voordat op aangeven van sensitivity readers het manuscript was herzien.

Het lijkt er dan ook op dat de beproefde plateauvervlakking - welke zich laat visualiseren als hoogvlakten in de bergen waar prachtige bloemen worden gezaaid, maar het onderscheid in kleur ontbreekt - een bedreiging vormt voor het culturele landschap. Het leidt tot voorspelbare producten die lezers, kijkers en luisteraars inhoudelijk weinig vernieuwing brengen. In dat licht helpt het ook niet dat bijvoorbeeld filmmaatschappijen er steeds vaker voor kiezen om voor een nieuwe film geen persvoorstelling en voorpremières te organiseren. Vooraf weet je als kijker dan niet of een nieuwe film als Crawl de moeite waard is. Geheel onbegrijpelijk is die ontwikkeling niet. Ook diverse critici faciliteren bewust of onbewust de marktvervlakking. Hun (ooit) belangrijke taak vormt tegenwoordig de sluitpost op menig redactionele begroting of wordt voor een habbekrats uitbesteed. Er zijn daardoor steeds minder critici die - zonder dubbele pet - zaken zuiver inhoudelijk kunnen duiden. Maar maakt het wat uit? In het culturele digitale populisme is tegenwoordig iedereen criticus, en is volgens journalist Neal Gabler de echte criticus al lang zijn gezag kwijt. De plateauvervlakking komt dan ook niet alleen voor rekening van de creatieve industrie of sociale media, maar is een breder maatschappelijk fenomeen. Het laatste woord is daarbij zoals altijd aan het publiek: zal het kiezen voor een tegencultuur of blijft men liever grazen op de beproefde (consensuele) hoogvlakten?